ALLE INHOUD OP DE PAGINA WORDT GESPONSORD DOOR HPE
Artikelen

VIVAT brengt kosten onder controle met nieuwe infrastructuur

VIVAT, het moederbedrijf van onder andere Reaal en Zwitserleven, moest de infrastructuur vernieuwen. Dat was direct een mooie gelegenheid om naar een pay-for-use-concept te kijken voor het datacenter om flexibiliteit te creëren en de kosten inzichtelijk te houden. Hiddo Born, Manager Infrastructuur Services bij VIVAT, vertelt over het proces waar VIVAT doorheen is gegaan.

De infrastructuur voor servers en storage van VIVAT stamde uit 2013, dus die moest vernieuwd worden. Voor Born en zijn team was dat een mooie gelegenheid om alles helemaal opnieuw te bekijken. “Wat er vaak gebeurt is dat je kijkt wat je hebt en dat je dan iets soortgelijks neerzet, maar dan moderner. Wij wilden het bekijken als een greenfield-situatie. We moesten daarbij rekening houden met de doelstellingen van VIVAT, en bovendien wilden we een multi-tenant systeem. We wilden echt future-ready worden.”

Pay for use

Bovendien wilde VIVAT op kosten besparen en die kosten in ieder geval zo transparant mogelijk maken. Een uitdaging daarbij was dat de verzekeraar een hybride omgeving heeft, met servers en storage on prem en in de cloud. “In ieder geval was duidelijk dat er mogelijk afgeschaald moet kunnen worden, wat bij on prem servers en storage niet evident is, want wat je koopt raak je niet zomaar weer kwijt. Dus werd gekeken naar een pay-for-use abonnementsvorm voor hardware. Bijkomend voordeel daarbij is dat je ook nog eens geen grote opstartkosten hebt en geen kans op overprovisioning.

Strakke deadline

De IT-organisatie van VIVAT wilde de migratie van de servers en storage met een partner doen. “Ze moeten niet hun hardware naar binnen rollen en dan de deur achter zich dichttrekken”, zegt Born die tegelijk aan de vervolgtrajecten dacht, zoals de Citrix-omgeving en de backup-omgeving.

Die partner moest daarnaast aan het strakke migratieplan kunnen voldoen. Eind december 2018 liep namelijk het supportcontract af voor de oude infrastructuur, en dat kon alleen met een jaar worden verlengd. Ze moesten dus vóór die tijd gemigreerd zijn, anders zou dat veel geld gaan kosten. “We hebben een continuïteitsverplichting, dus we kunnen geen moment zonder support. We mogen geen minuut risico lopen”, zegt Born.

Dat betekende dus dat het onderzoek, het ontwerp, het leveren, de migratie en de afronding van het project allemaal moesten gebeuren in de laatste helft van 2018.

Lees meer: Groeien naar een volwassen hybride cloud

Eisenpakket

Er was een heel uitgebreide eisenlijst die te maken had met techniek, functionaliteit, financiën en compliance. Met die lijst in de hand heeft VIVAT vervolgens goed naar de markt gekeken en van de verschillende kandidaten een Proof of Deployment gevraagd.

HPE kon dat hele pakket leveren en bovendien konden ze voldoen aan het traject van zeven maanden, zodat het eind december was afgerond. “Dat was heel belangrijk voor ons, want we hadden absoluut geen uitloopmogelijkheid”, benadrukt Born nogmaals. Prijstechnisch was HPE interessant en dat helpt natuurlijk ook als je de kosten naar beneden wilt halen. Ook was HPE de enige die hardware aanbiedt op basis van pay-for-use, met Greenlake.

Lees meer: Hoe HPE GreenLake uw bedrijf kan helpen

Gevoel moet goed zitten

Maar de kosten gaven uiteindelijk niet de doorslag. “De aanpak, de presentatie en de mensen van HPE gaven vertrouwen. Het voelde goed, en gevoel doet veel”, zegt Born. Dat gevoel blijkt achteraf niet veranderd. Het traject is ook daadwerkelijk in zeven maanden afgerond, helemaal op schema. En wat vooral zo goed is bevallen, is dat er echt een samenwerking was tussen VIVAT en HPE. “Er was een wil om het project tot een succes te maken”, zegt hij. “De planning en de ambitie is dan ook gehaald.” Aan het eind van de presentatie vertelt hij dat hij heel tevreden is en dat hij zijn complimenten heeft gegeven aan het hele team, inclusief de mensen van HPE.

Met het afronden van het project was de samenwerking overigens niet afgelopen. De beheerders van VIVAT moesten namelijk nog leren omgaan met de nieuwe omgeving, waarvoor HPE een training gaf. “Dat beviel zo goed”, vertelt Born, “dat alle deelnemers een 10 gaven aan de docent.” Die bleef ook na de livegang beschikbaar. De eerste weken was hij zelfs een paar dagen ter plekke om alle vragen te beantwoorden, zodat alle problemen konden worden opgelost.

Nadat VIVAT was overgegaan op hardware van HPE, was de hardware in hun eigen datacenter natuurlijk overbodig. Voor de verwijdering daarvan maakten ze gebruik van de Asset Recovery Service van HPE. Daarbij werden ze volledig ontzorgd, zo vertelt Born. Het maakt niet uit van welke leverancier de hardware kwam, HPE haalde alles op. Vervolgens werd alles in een fabriek in Schotland uit elkaar geschroefd, waarna de bruikbare onderdelen op een marktplaats werden gezet. Zo leverde de oude spullen ook nog geld op voor VIVAT.

De data werd natuurlijk eerst gewiped en de disks gingen in de shredder, zodat er geen data in verkeerde handen kon vallen. Na drie maanden kreeg Born hiervan een volledige rapportage, zodat er niets onduidelijk was.